Beschrijving
Loptimize Omni
Meerdere delen van natuurlijk zonlicht in één geavanceerd lichtsysteem
De Loptimize Omni is ons meest geavanceerde lichtproduct tot nu toe. Waar traditionele roodlichtapparaten zich voornamelijk richten op rood en nabij-infrarood licht, combineert de Omni meerdere biologisch relevante delen van het natuurlijke lichtspectrum in één compact apparaat.
Naast rood en nabij-infrarood licht beschikt de Omni over een tweede lichtstand waarin ook UVA, violet en cyan licht worden toegevoegd. UVB is afzonderlijk schakelbaar, zodat je bewust kunt kiezen welke delen van het spectrum je gebruikt.
Daarmee gaat de Omni verder dan traditionele roodlichttherapie. Het uitgangspunt is niet simpelweg méér vermogen of nóg meer roodlichtgolflengtes, maar het samenbrengen van verschillende delen van het lichtspectrum die ook in natuurlijk zonlicht voorkomen.
De moderne mens brengt een groot deel van de dag binnenshuis door. We werken binnen, reizen met de auto en brengen ook onze vrije tijd vaak binnen door. Onze blootstelling aan natuurlijk daglicht en het volledige spectrum daarvan kan daardoor sterk verschillen van een leefpatroon waarbij veel tijd buiten wordt doorgebracht.
Met de Omni wilden we daarom een ander soort lichtapparaat ontwikkelen: een compact systeem waarin roodlichttherapie wordt gecombineerd met aanvullende delen van het natuurlijke lichtspectrum.
Waarom is de Loptimize Omni anders?
Zonlicht bestaat uit veel meer dan alleen zichtbaar wit licht. Het bevat verschillende golflengtegebieden die ieder andere fysische en biologische eigenschappen hebben. De Omni combineert daarom niet één of twee, maar verschillende zorgvuldig geselecteerde golflengtes uit UVB, UVA, zichtbaar licht, rood licht en nabij-infrarood licht. Iedere golflengte heeft daarbij zijn eigen plaats binnen het spectrum.
Welke lichtgolflengten bevat de Loptimize Omni?
De kracht van de Omni zit niet in één specifieke golflengte, maar juist in de combinatie van meerdere delen van het lichtspectrum.
297 nm UVB
UVB is een klein maar biologisch bijzonder deel van natuurlijk zonlicht. UVB-straling is betrokken bij het natuurlijke proces waarbij in de huid vitamine D wordt gevormd. Onder invloed van geschikte UVB-straling kan 7-dehydrocholesterol in de huid fotochemisch worden omgezet in previtamine D3, waarna verdere omzetting naar vitamine D3 plaatsvindt.
In Nederland en andere delen van Noord-Europa varieert de beschikbare hoeveelheid UVB uit zonlicht sterk gedurende het jaar. Vooral tijdens de maanden met een lage zonnestand is de natuurlijke UVB-blootstelling beperkt. Juist daarom is UVB één van de meest onderscheidende onderdelen van de Omni. De UVB-component is afzonderlijk schakelbaar. UVB hoeft dus niet tijdens iedere sessie te worden gebruikt, maar kan bewust worden toegevoegd wanneer daarvoor wordt gekozen. Vitamine D heeft verschillende functies in het menselijk lichaam en draagt onder andere bij aan het behoud van normale botten en spieren en de normale werking van het immuunsysteem. Dat betekent niet dat meer UVB automatisch beter is. UV-straling vraagt juist om een gecontroleerde blootstelling en correcte dosering. UVB wordt daarnaast al tientallen jaren onderzocht en onder medische begeleiding toegepast binnen de dermatologie. De UVB-functie van de Omni is echter niet bedoeld voor de behandeling van huidaandoeningen.
385 nm UVA
UVA vormt een belangrijk deel van de ultraviolette straling in natuurlijk zonlicht. UVA dringt gemiddeld dieper in de huid door dan UVB en kan verschillende fotobiologische processen beïnvloeden. Zo is onderzocht dat UVA stikstofmonoxide uit in de huid aanwezige verbindingen kan vrijmaken. Stikstofmonoxide speelt onder andere een rol bij vaatverwijding en de regulatie van de doorbloeding. UVA is daarnaast betrokken bij pigmentatieprocessen in de huid. Binnen de Omni vormt 385 nm UVA samen met violet en cyan licht een aanvulling op het rode en nabij-infrarode spectrum.
405 nm violet licht
405 nm bevindt zich aan de kortgolvige kant van het zichtbare spectrum, dicht bij de overgang tussen UVA en zichtbaar violet licht. Violet licht komt van nature voor in daglicht en wordt wetenschappelijk onderzocht vanwege verschillende fotobiologische interacties. Een interessant onderzoeksgebied is neuropsine (OPN5), een lichtgevoelig eiwit dat bij verschillende organismen en in verschillende weefsels wordt onderzocht in relatie tot lichtwaarneming en lokale biologische ritmes. Het onderzoek naar de betekenis hiervan bij mensen is nog in ontwikkeling. Daarom verbinden we hier geen specifieke gezondheidsclaim aan, maar vormt 405 nm een interessant onderdeel van het bredere lichtspectrum van de Omni.
485 nm cyan licht
Cyan licht rond 485 nm bevindt zich in een bijzonder relevant gedeelte van het zichtbare daglichtspectrum. Dit gebied ligt dicht bij de maximale spectrale gevoeligheid van melanopsine. Dit lichtgevoelige eiwit bevindt zich in gespecialiseerde ganglioncellen van het netvlies en speelt een belangrijke rol bij de niet-visuele verwerking van licht. Via deze lichtgevoelige cellen krijgt het centrale circadiane systeem informatie over de natuurlijke licht-donkercyclus. Licht in het blauw-cyane gedeelte van het spectrum speelt daardoor een belangrijke rol bij processen zoals circadiane timing en alertheid. De Omni combineert deze zichtbare daglichtcomponent met rood, nabij-infrarood, UVA en optioneel UVB.
630 nm rood licht
630 nm behoort tot het rode gedeelte van het zichtbare spectrum en wordt veel onderzocht binnen fotobiomodulatie. Rood licht in dit golflengtegebied wordt vooral onderzocht voor relatief oppervlakkige toepassingen, waaronder processen in de huid. Binnen onderzoek naar fotobiomodulatie wordt gekeken naar de interactie van rood licht met cellulaire processen, waaronder processen die verband houden met cellulaire energieproductie. Door de relatief beperkte penetratiediepte ten opzichte van nabij-infrarood licht is 630 nm vooral interessant wanneer het doelgebied zich relatief dicht bij het huidoppervlak bevindt.
670 nm dieprood licht
670 nm bevindt zich iets verder richting de grens tussen zichtbaar rood en nabij-infrarood. Ook deze golflengte wordt veel onderzocht binnen fotobiomodulatie. Onderzoek naar rood licht rond deze golflengte richt zich onder andere op interacties met cellulaire processen en weefselfunctie. Door 630 en 670 nm te combineren bevat de Omni verschillende delen van het rode spectrum in plaats van één enkele rode golflengte.
760 nm nabij-infrarood licht
760 nm behoort tot het nabij-infrarode spectrum en is voor het menselijk oog vrijwel niet zichtbaar. Nabij-infrarood licht kan dieper in weefsel doordringen dan zichtbaar rood licht. Golflengtes rond dit gebied worden binnen fotobiomodulatie onderzocht vanwege hun interactie met cellen en weefsels die verder onder het huidoppervlak liggen. 760 nm vormt binnen de Omni het begin van het bredere nabij-infrarode spectrum.
810 nm nabij-infrarood licht
810 nm is één van de veel onderzochte golflengtes binnen fotobiomodulatie. Deze golflengte wordt onder andere onderzocht vanwege de relatief diepe penetratie in biologisch weefsel en mogelijke interacties met cellulaire energieprocessen. Binnen de Omni vormt 810 nm daarom één van de centrale nabij-infrarode golflengtes.
850 nm nabij-infrarood licht
850 nm wordt veel gebruikt in roodlicht- en fotobiomodulatieapparatuur. Het bevindt zich verder in het nabij-infrarode spectrum en kan relatief diep in weefsel doordringen. Daardoor wordt dit golflengtegebied veel onderzocht voor toepassingen waarbij niet alleen het huidoppervlak relevant is, maar ook dieper gelegen weefsel.
935 nm nabij-infrarood licht
935 nm voegt een ander gedeelte van het nabij-infrarode spectrum toe. Naarmate de golflengte verder richting dit gebied verschuift, verandert ook de interactie van licht met verschillende chromoforen en met water in biologisch weefsel. Golflengtes rond 940 nm worden onderzocht binnen verschillende toepassingen van fotobiomodulatie en optische technologie. Door 935 nm toe te voegen, wordt het nabij-infrarode spectrum van de Omni breder dan bij veel traditionele roodlichtpanelen.
1050 nm nabij-infrarood licht
1050 nm bevindt zich aan de langere kant van het nabij-infrarode spectrum dat in de Omni wordt gebruikt. Golflengtes rond dit gebied worden binnen onderzoek naar fotobiomodulatie bestudeerd vanwege hun specifieke optische eigenschappen en interactie met biologisch weefsel. 1050 nm vormt daarmee het uiteinde van het brede nabij-infrarode spectrum van de Omni.
Waarom zoveel verschillende golflengten?
Meer golflengtes betekent niet automatisch een beter lichtapparaat. Iedere extra golflengte moet een duidelijke reden hebben om aanwezig te zijn. De Omni is daarom niet ontwikkeld vanuit de gedachte dat zoveel mogelijk verschillende LEDs automatisch beter zijn. Het uitgangspunt is juist om verschillende relevante delen van het natuurlijke lichtspectrum in één systeem samen te brengen. Van 297 nm UVB tot 1050 nm nabij-infrarood bestrijkt de Omni daardoor een veel breder deel van het optische spectrum dan een traditioneel roodlichtapparaat. Dat maakt de Omni niet simpelweg een krachtiger roodlichtpaneel, maar een fundamenteel ander type lichtsysteem.
UVB en vitamine D
Voor veel gebruikers zal de afzonderlijk schakelbare UVB-functie één van de meest bijzondere eigenschappen van de Omni zijn. UVB is het gedeelte van natuurlijk zonlicht dat het fotochemische proces kan initiëren waarmee vitamine D in de menselijke huid wordt gevormd. De hoeveelheid UVB die ons vanuit de zon bereikt, varieert onder andere met het seizoen, tijdstip van de dag, breedtegraad en atmosferische omstandigheden. Daardoor is de natuurlijke UVB-blootstelling in Nederland niet gedurende het hele jaar hetzelfde. De Omni bevat daarom een afzonderlijk schakelbare 297 nm narrowband UVB-component. UVB wordt niet automatisch bij iedere lichtsessie gebruikt. De gebruiker bepaalt afzonderlijk of deze component wordt ingeschakeld. Omdat UVB bij een te hoge blootstelling schadelijk kan zijn, is gecontroleerd gebruik essentieel. De definitieve gebruiksafstand, blootstellingsduur en veiligheidsinstructies voor de UVB-functie worden gebaseerd op de metingen en veiligheidsbeoordeling van het definitieve productieapparaat.
Daglicht, cyan licht en biologische ritmes
Niet alleen UV maakt zonlicht bijzonder. Ook het zichtbare spectrum geeft belangrijke lichtinformatie aan het lichaam. Vooral licht in het blauw-cyane gebied speelt een belangrijke rol bij de niet-visuele waarneming van licht via melanopsine in het oog. Daarom bevat de Omni naast rood en nabij-infrarood ook 405 nm violet en 485 nm cyan licht. Samen met UVA vormen deze golflengtes een aanvullende daglichtcomponent binnen het bredere spectrum van de Omni. De Omni is daarmee niet bedoeld om natuurlijk daglicht of buiten zijn te vervangen. Het apparaat brengt wel verschillende geselecteerde delen van het natuurlijke lichtspectrum samen die in traditionele roodlichtapparatuur meestal ontbreken.
Rood en nabij-infrarood voor fotobiomodulatie
De basis van de Omni blijft een uitgebreid rood- en nabij-infrarood spectrum voor fotobiomodulatie. Daarvoor bevat het apparaat:
630, 670, 760, 810, 850, 935 en 1050 nm.
Hierdoor combineert de Omni verschillende golflengtes uit zowel het rode als het nabij-infrarode spectrum. De rood- en nabij-infraroodfunctie kan worden gebruikt zonder de UV-componenten in te schakelen. Je hoeft dus niet iedere keer het volledige spectrum te gebruiken.
Ontwikkeld voor gericht gebruik
Waar grote roodlichtpanelen zijn ontworpen om een groot lichaamsoppervlak tegelijkertijd te belichten, is de Omni juist compact en gericht inzetbaar. Het handheld ontwerp maakt het mogelijk om de lichtbron op een specifiek lichaamsgebied te richten, in plaats van direct het hele lichaam bloot te stellen. Hierdoor kan de Omni eenvoudig worden gepositioneerd bij bijvoorbeeld een arm, been, schouder of ander lokaal lichaamsgebied. Juist die combinatie van een breed spectrum en een compact formaat maakt de Omni interessant voor gebruikers die meer controle willen over waar en welke lichtcomponenten ze gebruiken.
Meerdere lichtfuncties in één apparaat
Voor verschillende vormen van lichtblootstelling worden normaal gesproken verschillende apparaten gebruikt. Een traditioneel roodlichtpaneel richt zich op rood en nabij-infrarood. Een daglichtapparaat gebruikt voornamelijk zichtbaar licht. UV-apparatuur gebruikt weer een afzonderlijk gedeelte van het ultraviolette spectrum. De Omni brengt geselecteerde onderdelen hiervan samen in één systeem. Daarmee kun je binnen één apparaat kiezen tussen traditionele rood/nabij-infrarood fotobiomodulatie en een veel breder lichtspectrum.
Welke lichtstanden heeft de Loptimize Omni?
De Omni beschikt over verschillende lichtcomponenten zodat niet tijdens iedere sessie hetzelfde spectrum hoeft te worden gebruikt.
RED + NIR
In deze stand worden uitsluitend de rode en nabij-infrarode golflengtes gebruikt:
- 630 nm
- 670 nm
- 760 nm
- 810 nm
- 850 nm
- 935 nm
- 1050 nm
Deze stand is bedoeld voor regulier gebruik van rood en nabij-infrarood licht binnen fotobiomodulatie. De UVA-, UVB-, violet- en cyan-componenten zijn hierbij niet actief.
Uitgebreid spectrum
In de uitgebreide lichtstand worden naast RED + NIR ook de aanvullende daglichtcomponenten gebruikt:
- 297 nm UVB
- 385 nm UVA
- 405 nm violet
- 485 nm cyan
Hierdoor ontstaat een veel breder spectrum dan bij traditionele roodlichttherapie.
Transparant over lichtoutput
Bij Loptimize vinden we alleen het noemen van golflengtes niet voldoende. De daadwerkelijke hoeveelheid licht die het lichaam bereikt is minstens zo belangrijk. Daarom laten we de definitieve Loptimize Omni vóór uitlevering spectraal doormeten. Daarbij kijken we niet alleen naar de totale lichtoutput, maar juist naar de verschillende delen van het spectrum en de output op relevante gebruiksafstanden. Voor de UV-componenten wordt daarnaast specifiek gekeken naar veilige blootstelling en de bijbehorende gebruiksvoorwaarden. Op basis daarvan worden de definitieve afstands-, gebruiks- en veiligheidsrichtlijnen vastgesteld. Zo weet je niet alleen welke golflengtes in je apparaat zitten, maar ook hoe het apparaat daadwerkelijk gebruikt moet worden.
Belangrijke veiligheidsinformatie
De Loptimize Omni bevat UVA- en UVB-straling.
UV-straling vraagt om een andere benadering dan regulier rood en nabij-infrarood licht. Overmatige of onjuiste blootstelling aan UV kan schade veroorzaken aan huid en ogen. Een te hoge UVB-blootstelling kan onder andere leiden tot roodheid en verbranding van de huid.
Gebruik de UV-functies daarom uitsluitend volgens de meegeleverde gebruiks- en veiligheidsinstructies.
Wanneer de UV-functie wordt gebruikt:
- houd je altijd aan de voorgeschreven gebruiksafstand en maximale blootstellingsduur;
- gebruik de voorgeschreven UV-beschermende oogbescherming;
- kijk nooit rechtstreeks in de lichtbron;
- verhoog de blootstellingsduur niet op eigen initiatief;
- houd rekening met andere blootstelling aan UV en zonlicht;
- gebruik de UV-functie niet wanneer medicatie, cosmetica of een andere omstandigheid je gevoeligheid voor UV kan verhogen.
Lees vóór het eerste gebruik altijd de volledige handleiding.
De definitieve gebruiksafstanden, blootstellingsduur, gebruiksfrequentie, waarschuwingen en overige veiligheidsvoorwaarden worden vastgesteld op basis van de veiligheidsbeoordeling en metingen van het definitieve productieapparaat.
Technische specificaties
RED + NIR
- 630 nm rood licht
- 670 nm dieprood licht
- 760 nm nabij-infrarood licht
- 810 nm nabij-infrarood licht
- 850 nm nabij-infrarood licht
- 935 nm nabij-infrarood licht
- 1050 nm nabij-infrarood licht
Aanvullend spectrum
- 385 nm UVA
- 405 nm violet licht
- 485 nm cyan licht
Lichttherapie verder gedacht
De Omni is ontwikkeld vanuit een andere gedachte dan een traditioneel roodlichtpaneel.
Niet simpelweg méér vermogen.
Niet zoveel mogelijk willekeurige golflengtes.
Maar geselecteerde delen van het natuurlijke lichtspectrum samengebracht in één compact systeem: van 297 nm UVB tot 1050 nm nabij-infrarood.
Gebruik RED + NIR afzonderlijk voor fotobiomodulatie, voeg UVA, violet en cyan toe voor een breder spectrum en schakel UVB alleen in wanneer je daar bewust voor kiest.
Eén apparaat. Meerdere delen van het natuurlijke lichtspectrum. Volledige controle over welke lichtcomponenten je gebruikt.


