Hoe beïnvloedt rood licht het herstel van huid en littekens?
Wat er op celniveau gebeurt
Rood licht in het bereik van ongeveer 630 tot 660 nanometer wordt opgenomen door lichtgevoelige moleculen in de mitochondriën, de energiecentrale van een cel. Die opname lijkt de energieproductie in de cel tijdelijk te verhogen. In onderzoek naar huidherstel worden onder andere verhoogde activiteit van fibroblasten (de cellen die collageen aanmaken) en veranderingen in de ontstekingsreactie beschreven als mogelijke gevolgen.
Dat zijn interessante biologische aanknopingspunten. Maar het betekent niet dat je met meer licht ook meer effect bereikt. Bij fotobiomodulatie, zoals roodlichttherapie in de wetenschappelijke literatuur wordt genoemd, is er sprake van een bifasische dosisrespons: te weinig licht geeft onvoldoende effect, maar een hogere dosis geeft niet automatisch meer resultaat en kan bij overschrijding zelfs minder effectief worden.
Wondgenezing en littekenvorming zijn twee verschillende processen
Een wond die sluit en een litteken dat rijpt zijn biologisch gezien verschillende fasen. Bij een verse wond gaat het om het sluiten en herstellen van beschadigd weefsel: bloedstolling, ontsteking, celproliferatie. Bij een litteken dat zich verder ontwikkelt, gaat het ook over de kwaliteit en organisatie van het nieuw gevormde collageenweefsel.
Die processen vragen niet per definitie hetzelfde behandelprotocol. Een open wond, een gesloten operatiewond in de vroege herstelfase en een oud, volledig genezen litteken zijn drie verschillende situaties. Ze reageren niet automatisch op hetzelfde protocol, en de wetenschappelijke literatuur maakt dat onderscheid ook.
Wat zegt wetenschappelijk onderzoek?
Onderzoek naar postoperatief herstel: 660 nm en 10 J/cm²
Er zijn inmiddels verschillende humane onderzoeken uitgevoerd naar roodlichttherapie bij postoperatief herstel en littekenvorming. Eén van de onderzoeken die wij zelf interessant vinden, keek naar het gebruik van 660 nanometer rood LED-licht na een neusoperatie. Daarbij werd gedurende veertien dagen een dosis van 10 J/cm² per sessie toegepast. De onderzoekers rapporteerden onder andere minder zwelling en blauwe plekken en aanwijzingen voor een gunstiger vroeg herstel.
Dat zijn relevante bevindingen, maar ze verdienen een nuancering: minder zwelling in de eerste weken na een operatie betekent niet automatisch dat een litteken na zes of twaalf maanden ook mooier is. Daarvoor moet je specifiek kijken naar onderzoeken die de uiteindelijke littekenkwaliteit beoordelen. Beide zijn waardevolle uitkomstmaten, maar ze meten iets anders.
Er zijn ook onderzoeken gedaan naar postoperatieve littekens met rood LED-licht rond 633 nanometer, waarbij in sommige gevallen verbeteringen in bepaalde littekenkenmerken werden gevonden. De golflengte, het apparaat en het behandelprotocol verschilden per onderzoek, en de bevindingen zijn niet rechtstreeks op onze panelen te projecteren zonder te kijken of de irradiantie en dosis vergelijkbaar zijn.
Onderzoek naar chronische wonden: waarom 126 J/cm² niet beter werkte
In een systematische review naar fotobiomodulatie bij chronische wonden werden doseringen van ongeveer 2,4 tot 126 J/cm² onderzocht. Dat is een enorm verschil. Wat wij zelf het meest opvallend vinden: het onderzoek waarbij 126 J/cm² rood LED-licht werd toegepast, liet geen overtuigende verbetering van de wondgenezing zien. Belangrijk om daarbij te vermelden: dit onderzoek ging over chronische wonden, niet over littekens. De conclusies gelden dus voor dat specifieke type weefsel en die specifieke context.
Dit ene onderzoek is geen bewijs op zichzelf voor een bifasische dosisrespons, maar het is wel een illustratief voorbeeld van wat die dosisrespons in de praktijk kan betekenen: meer licht is niet per definitie beter, ook niet bij chronische wonden. Voor oppervlakkige huidtoepassingen gebruiken we bij Loptimize doorgaans een praktisch uitgangspunt van 2 tot 10 J/cm², maar bij littekens kijken we altijd eerst naar de specifieke toepassing en de beschikbare literatuur. Die range is geen universele optimale dosis, maar een uitgangspunt dat aansluit bij de doseringen die in relevant humaan onderzoek zijn gebruikt.
Wat de studies nog niet beantwoorden
Niet alle onderzoeken naar roodlichttherapie bij littekens zijn positief. Er zijn ook studies waarin geen overtuigende verbetering werd aangetoond. Dat vinden wij belangrijk om te benoemen, want het laat zien dat we niet zomaar kunnen stellen dat roodlichttherapie ieder litteken sneller of mooier laat genezen.
Voor specifieke situaties, zoals acnelittekens, brandwondlittekens of keloïden, is de beschikbare humane literatuur beperkter of minder eenduidig dan voor postoperatieve huidtoepassingen. Op die gebieden ontbreekt het soms nog aan voldoende onderzoek om een goed onderbouwd protocol te formuleren. Dat willen we eerlijk benoemen.
Golflengte en dosering: wat telt er écht?
De fout die we steeds zien: wattage als maatstaf voor geschiktheid
Wij zien regelmatig dat mensen bij de aanschaf van een roodlichtlamp kijken naar specificaties die gemakkelijk te vergelijken zijn: het wattage, het aantal leds of het aantal verschillende golflengtes. De gedachte is dan al snel dat meer vermogen of meer leds automatisch betere resultaten oplevert.
Maar dat is precies de verkeerde vraag bij toepassingen zoals littekens en wondgenezing. Stel dat iemand een lamp koopt met 300 leds en een elektrisch vermogen van 1.000 watt. Dat klinkt indrukwekkend, maar daarmee weet je nog helemaal niet hoeveel rood licht er op 20 of 30 centimeter afstand daadwerkelijk op de huid terechtkomt. Twee lampen met hetzelfde elektrische vermogen kunnen op dezelfde afstand een heel andere lichtintensiteit afgeven.
De grootste aankoopfout is volgens ons dat mensen een lamp selecteren op basis van hoeveel vermogen die heeft, terwijl ze eigenlijk moeten kijken of de lamp een geschikte golflengte en een controleerbare dosis kan leveren voor hun specifieke toepassing.
Een krachtig paneel is niet per se een slechte aankoop. Met een hogere irradiantie kun je een bepaalde dosis soms in minder tijd bereiken. Maar dan moet je wel weten hoeveel licht het apparaat daadwerkelijk afgeeft.
Wat irradiantie en J/cm² zijn, en waarom dat relevant is
Irradiantie is de lichtintensiteit die het huidoppervlak bereikt, uitgedrukt in milliwatt per vierkante centimeter (mW/cm²). De dosis is de totale hoeveelheid energie die het oppervlak ontvangt, uitgedrukt in joule per vierkante centimeter (J/cm²). Dat zijn twee verschillende grootheden die je niet door elkaar kunt gebruiken.
De formule is eenvoudig: dosis (J/cm²) = irradiantie (mW/cm²) × tijd (seconden) ÷ 1000.
Stel dat een paneel op een bepaalde afstand 20 mW/cm² rood licht afgeeft. Dan levert een behandeling van vijf minuten (300 seconden) een berekende dosis van 6 J/cm² aan het huidoppervlak op: 20 × 300 ÷ 1000 = 6 J/cm². Wil je 10 J/cm² bereiken met datzelfde paneel op diezelfde afstand, dan is de benodigde behandeltijd 500 seconden, iets minder dan negen minuten.
De behandeltijd is dus geen los getal. Die volgt uit de irradiantie van het specifieke paneel op de gekozen afstand en de dosis die aansluit bij het onderzoek voor jouw toepassing. Een algemene sessieduur zegt zonder die context weinig.
Niet-lineaire dosisrespons: meer is niet altijd beter
Dosis is een van de belangrijkste parameters binnen fotobiomodulatie, maar niet de enige. Golflengte, irradiantie, behandeltijd, behandelfrequentie, het behandeloppervlak en het doelweefsel spelen allemaal een rol. En dosis heeft bovendien een plafond: de bifasische dosisrespons betekent dat er een therapeutisch venster bestaat. Dat venster is niet universeel, maar afhankelijk van de toepassing, het weefsel, de golflengte en de irradiantie.
De extreme dosering van 126 J/cm² in de eerdergenoemde review bij chronische wonden is daarvoor een illustratie. Niet als bewijs dat hoge doses schadelijk zijn, maar als aanwijzing dat meer licht bij die toepassing geen overtuigende verbetering opleverde.
Hoe berekent Loptimize de dosering voor jouw paneel?
Onze spectrometermetingen: OHSP350-S, donkere ruimte, meetrail
Bij Loptimize gebruiken we een OHSP350-S spectrometer in een gecontroleerde donkere ruimte. Het paneel staat op een vaste positie; met een meetrail meten we op verschillende afstanden de irradiantie in mW/cm². Iedere meting voeren we drie keer uit om variatie te beperken.
Wat die meting ons vertelt: hoeveel licht een paneel op een bepaalde afstand afgeeft. Wat die meting niet kan aantonen, is hoeveel licht daadwerkelijk in de verschillende huidlagen terechtkomt, of hoe snel een individuele wond daardoor zal genezen. Dat onderscheid vinden we belangrijk om te maken.
Rood en nabij-infrarood apart gemeten, en waarom dat uitmaakt
Wij meten het rode licht en het nabij-infrarode licht afzonderlijk, omdat die golflengtes verschillende eigenschappen hebben. Onze panelen gebruiken onder andere 630 en 660 nanometer rood licht en 850 nanometer nabij-infrarood licht.
Voor oppervlakkige toepassingen zoals de huid en littekens kijken we vooral naar het rode licht. Golflengtes rond 630 tot 660 nanometer zijn in verschillende onderzoeken naar huidherstel en wondgenezing toegepast. Nabij-infrarood licht kan daarnaast interessant zijn, maar we willen niet automatisch aannemen dat de combinatie beter werkt. Dat moet aansluiten bij het betreffende onderzoek en de specifieke toepassing.
De studies die wij aanhalen, zijn uitgevoerd met specifieke apparaten, zoals klinische LED-lampen met een bepaalde lichtuittreding en geometrie. Wij vertalen de bevindingen naar onze panelen op basis van de gemeten golflengtes en irradiantie. Dat is een gefundeerde benadering, maar die maakt de toepassingen niet automatisch gelijkwaardig.
Rekenvoorbeeld met onze eigen meetgegevens
Onze spectrometermetingen geven ons de irradiantie op een bepaalde afstand voor een specifiek paneel. Dat maakt het mogelijk om de benodigde behandeltijd direct te berekenen voor een dosis die aansluit bij relevant onderzoek, in plaats van te schatten.
Stel dat onze meting voor een bepaald paneel op een specifieke afstand 30 mW/cm² rood licht oplevert en je wilt de dosis van 10 J/cm² benaderen die in het eerdergenoemde onderzoek naar postoperatief herstel werd gebruikt. Dan reken je: 10 J/cm² × 1000 ÷ 30 mW/cm² = 333 seconden, iets minder dan zes minuten. Gebruik je een ander paneel van ons met een gemeten irradiantie van 15 mW/cm² op diezelfde afstand, dan is de benodigde tijd 667 seconden, ruim elf minuten. Verander je ook de afstand, dan verandert de irradiantie opnieuw en moet je opnieuw rekenen.
Dit is precies de reden waarom wij zo veel waarde hechten aan onze eigen metingen: niet om te kunnen garanderen dat ieder litteken daardoor beter geneest, maar om klanten een onderbouwd uitgangspunt te geven in plaats van ze op gevoel met behandeltijden en afstanden te laten experimenteren.
Praktische richtlijnen per situatie
Vers postoperatief litteken
Na een operatie is de huid in eerste instantie nog in herstel. Een gesloten operatiewond in de vroege herstelfase is iets anders dan een wond die nog open is, slecht geneest of onder actieve medische behandeling staat. Die situaties vragen elk een andere afweging.
Een dosis van 10 J/cm² bij 660 nanometer, toegepast over meerdere weken, is een behandelprotocol dat in relevant humaan onderzoek bij gesloten postoperatieve wonden is gebruikt en dat wij als wetenschappelijk referentiepunt beschouwen voor bepaalde postoperatieve huidtoepassingen. Het is nadrukkelijk geen bewezen optimale dosis voor alle littekens of alle operaties.
Bij twijfel over of de wond voldoende gesloten is om te starten, of als de wond onder medische behandeling staat, overleg dan eerst met je arts of behandelaar voordat je met roodlichttherapie begint.
Oud of volledig genezen litteken
Een oud, volledig genezen litteken bevindt zich in een andere biologische fase dan een vers operatielitteken. De acute ontstekingsfase is allang voorbij; het weefsel is gestabiliseerd. De vraag is dan of roodlichttherapie nog invloed kan hebben op de kwaliteit en organisatie van het littekenweefsel.
De literatuur over deze specifieke toepassing is beperkter en minder eenduidig dan voor postoperatieve toepassingen. Dat betekent niet dat roodlichttherapie zinloos is bij oude littekens, maar het betekent wel dat we hier voorzichtiger zijn in onze verwachtingen en dat we geen protocol aanbevelen dat niet door specifiek onderzoek wordt ondersteund.
Wanneer eerst een arts raadplegen
Bij open of slecht genezende wonden is medische wondzorg altijd leidend. Roodlichttherapie zien we daarbij hooguit als een mogelijke aanvullende toepassing, niet als vervanging van reguliere zorg.
Staat een huidaandoening of wond onder medische behandeling, of is onbekend hoe de aandoening op licht reageert, overleg dan eerst met je arts of behandelaar. Gebruik bij behandelingen dicht bij het gezicht de meegeleverde oogbescherming en kijk niet rechtstreeks in de leds.
Veelgemaakte fouten bij het gebruik van roodlicht voor littekens
De meest voorkomende fout is die van het wattage: mensen selecteren een lamp op basis van vermogen of het aantal leds, terwijl de werkelijk relevante informatie ontbreekt op de productverpakking. Hoeveel rood licht komt er op 20 of 30 centimeter daadwerkelijk op de huid terecht? Welke golflengte is dat precies? Dat zijn de vragen die tellen bij een toepassing als littekens.
Een tweede fout is het behandelen zonder dosering te berekenen. Iemand die een paneel op 10 centimeter afstand houdt terwijl het onderzoek is gedaan op een afstand waarbij de irradiantie heel anders lag, past niet hetzelfde protocol toe, ook al gebruikt hij dezelfde golflengte en behandeltijd.
Een derde misvatting is dat een nabij-infraroodfunctie bij oppervlakkige huidtoepassingen automatisch beter is dan alleen rood licht. Wij meten die kanalen afzonderlijk en kijken per toepassing welke golflengte aansluit bij het beschikbare onderzoek. Voor oppervlakkige toepassingen zoals littekens kijken we in eerste instantie naar het rode licht.
En ten slotte: behandelfrequentie en -duur zijn geen vrij te kiezen variabelen. Ze volgen uit de irradiantie van het specifieke paneel, de gewenste dosis en het behandelprotocol dat aansluit bij de beschikbare literatuur voor jouw situatie.
Wat mag je realistisch verwachten?
Roodlichttherapie kan op basis van bestaand onderzoek een interessante aanvullende toepassing zijn bij huidherstel en littekenvorming. Er zijn humane onderzoeken met positieve bevindingen, met name bij postoperatieve toepassingen met golflengtes rond 633 en 660 nanometer. Maar er zijn ook onderzoeken die geen overtuigend voordeel vinden.
We kunnen dus niet stellen dat roodlichttherapie ieder litteken zichtbaar verbetert. Verwacht geen wonderen. Een bestaand litteken verdwijnt niet door roodlichttherapie, en een operatiewond geneest er niet gegarandeerd sneller door. Hoe snel effecten optreden verschilt sterk per toepassing en behandelprotocol.
Wat wij kunnen doen, is meten hoeveel irradiantie onze panelen op een bepaalde afstand leveren, dat koppelen aan relevante wetenschappelijke onderzoeken en daarmee een onderbouwd behandeladvies formuleren. Dat vinden wij meer waard dan een indrukwekkend klantresultaat presenteren waarvan we niet kunnen aantonen hoe het precies tot stand is gekomen.
Beoordeel roodlichttherapie bij littekens niet op hoeveel licht je gebruikt, maar op de vraag of je de juiste golflengte en een wetenschappelijk onderbouwde dosis toepast voor jouw specifieke situatie.
Mocht je willen weten welk behandelprotocol aansluit bij jouw situatie, of wil je weten hoeveel irradiantie een van onze panelen op een bepaalde afstand levert, neem dan gerust contact op. We denken graag met je mee.